15 Douanewaarde

15.1 Algemeen

Bij naar de waarde belaste goederen moeten de invoerrechten (en bepaalde andere heffingen) betaald worden over de douanewaarde. Om deze vast te stellen bestaan er zes methoden, die in een hiërarchische verhouding staan, dat wil zeggen dat pas naar een volgende methode mag worden overgegaan als de vorige niet kan worden toegepast omdat aan de bij die methode gestelde voorwaarden niet is voldaan. Deze methoden, die in dit onderdeel in het kort worden besproken, zijn:

  • de transactiewaarde van de ingevoerde goederen;

  • de transactiewaarde van identieke goederen;

  • de transactiewaarde van soortgelijke goederen;

  • de terugrekenmethode;

  • de methode van de berekende waarde;

  • de globale methode.

Belangrijkste punten:

  • de importeur mag om omkering van de volgorde van toepassing van de methode van de berekende waarde en de terugrekenmethode verzoeken;

  • het tijdstip waarop de douanewaarde wordt bepaald is het tijdstip van aangifte, afgezien van de gevallen waarin de aangifte achteraf mag worden gedaan. In die gevallen wordt het moment waarop de handeling m.b.t. de vrijgave van de goederen (bijv. in boeken in de administratie van belanghebbende; domiciliëringsprocedure, zie punt 18.6) plaatsvindt aangemerkt als het tijdstip voor de bepaling van de douanewaarde. Dit geldt eveneens voor het moment waarop de vereenvoudigde aangifte (zie punt 17.10) wordt ingediend.

15.2 Wettelijke basis

15.2.1 Internationaal

  • Art. 28 t/m 36 CDW en art. 141 t/m 181bis TCDW.

  • Verordening (EG) nr. 361/2008 – integrale GMO-verordening – forfaitaire invoerwaarden.

  • Verordening (EG) nr. 3290/94 – overgangsmaatregelen Uruguay-ronde.

  • Verordening (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/01 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad.

  • Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft.

  • Verordening (EG) nr. 1395/94 – minimuminvoerprijzen zure kersen.

  • Verordening (EG) nr. 2306/2002 – invoerprijzen visserijproducten.

15.2.2 Nationaal

  • Afdeling 1.7 Adr.

15.3 Formulier DV 1

De aangifte D.V.1, factuur en andere handelsbescheiden behoeven slechts te worden overgelegd bij het indienen van de papierloze aangifte voor het brengen in het vrije verkeer als de Douane daarom verzoekt. In het andere geval worden deze (handels)bescheiden in de administratie van de aangever of vertegenwoordiger bewaard.

Bij de schriftelijke aangifte ten invoer dient een formulier DV 1 te worden overgelegd, waarop de gegevens met betrekking tot de aangegeven douanewaarde zijn vermeld. Dit formulier is alleen verplicht voor zover de douanewaarde is vastgesteld met toepassing van art. 29 CDW (transactiewaarde). Het formulier kan eveneens achterwege blijven indien:

  • de waarde niet hoger is dan € 10 000;

  • het invoer betreft waaraan elk handelskarakter vreemd is;

  • het tarief zulks niet noodzakelijk maakt (bijv. nulrecht);

  • er een bijzondere douaneregeling van toepassing is (bijv. gehele vrijstelling);

  • er een vereenvoudigde procedure is (zie punt 15.11).

Indien het formulier DV 1 achterwege kan blijven dienen, behalve ingeval er een vereenvoudigde procedure is, of, indien de waarde rechtstreeks van de factuur wordt afgeleid, op een afzonderlijk blad bepaalde gegevens (o.a. het artikel van het CDW op grond waarvan de waarde is vastgesteld) te worden verstrekt.

15.4 Vreemde valuta

Vreemde valuta wordt omgerekend volgens periodiek geldende wisselkoersen. Deze koersen zijn telkens één kalendermaand geldig en worden als volgt vastgesteld:

  • voor een aantal vreemde valuta stelt de Europese Centrale Bank referentiekoersen vast en maakt deze bekend aan de persbureaus; de aldus vastgestelde koers wordt voor de vaststelling van de douanewaarde aangemerkt als de genoteerde koers van de voorlaatste woensdag van de maand wordt van kracht op de eerste dag van de maand daaropvolgend;

  • de geldende wisselkoers kan worden aangepast, zowel voorafgaande aan de inwerkingtreding als gedurende de maand waarin hij toepassing vindt, indien de toe te passen wisselkoers 5% of meer afwijkt van de daadwerkelijke koers;

  • voor de overige valuta geschiedt de omrekening volgens de op de voorlaatste maandag van de maand in de Financial Times gepubliceerde lijst van wisselkoersen t.o.v. de euro (F.T. Guide to World Currencies); de aldus vastgestelde koers van de voorlaatste woensdag van de maand wordt van kracht op de eerste dag van de maand daaropvolgend; ook deze koers kan worden bijgesteld indien zich een verschil voordoet van 5% of meer met de werkelijke koers en voor zover dit verschil is ontstaan door een officiële re- of devaluatie van de desbetreffende munteenheid.

  • de periodieke wisselkoersen voor de vreemde munteenheden worden wekelijks gecontroleerd op geldigheid in verband met schommelingen van de referentiekoersen van de Europese Centrale Bank (officieel genoteerde vreemde munteenheden) en de officiële re- en devaluaties van de koersen uit de Financial Times (niet-officieel genoteerde vreemde munteenheden). Het Landelijk Waarde Team (Douane Rotterdam Rijnmond) controleert de schommelingen en re- en devaluaties.

15.5 Transactiewaarde

Dit is de werkelijk voor de goederen betaalde of te betalen prijs indien zij worden verkocht voor uitvoer naar het land van invoer. Slechts de verkoop gericht op deze invoer kan dienen als basis. Een eerdere verkoop uit een reeks van verkopen kan slechts dienen indien het bewijs wordt geleverd dat de specifieke omstandigheden e.d. tot de uitvoer naar het land van invoer hebben geleid (art. 147 TCDW). De prijs wordt zo nodig aangepast overeenkomstig art. 29 CDW met:

  • commissies en courtage, met uitzondering van inkoopcommissie;

  • kosten van verpakkingsmiddelen en het verpakken;

  • waarde van goederen en diensten die de koper gratis of voor een verminderd bedrag heeft geleverd voor de voortbrenging en verkoop voor uitvoer van de ingevoerde goederen;

  • royalty's en licentierechten die de koper voor de ingevoerde goederen als gevolg van een voorwaarde van de verkoop betaalt;

  • waarde van delen van opbrengsten (winsten) van wederverkopen, overdrachten en gebruiken die ten goede komt aan de verkoper;

  • de werkelijke kosten van vervoer en verzekering van de in het vrije verkeer gebrachte goederen, en de werkelijke kosten van het laden en van handelingen met de in het vrije verkeer gebrachte goederen in verband met het vervoer, tot de plaats van binnenkomst van de goederen in het douanegebied van de Gemeenschap.

Als bij de werkelijk betaalde of te betalen prijs de hierna genoemde elementen zijn inbegrepen en zijn onderscheiden, kan de prijs worden verlaagd:

  • de kosten van vervoer na aankomst op de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap en de aanverwante kosten;

  • kosten voor constructiewerkzaamheden, installaties, montage, onderhoud of technische bijstand die na de invoer zijn verricht en die betrekking hebben op de ingevoerde goederen, zoals industriële installaties, machines of materieel;

  • interesten die moeten worden betaald vanwege een door de koper aangegane financieringsovereenkomst in verband met de aankoop van ingevoerde goederen;

  • betalingen voor het recht van verveelvoudiging van de ingevoerde goederen in de Gemeenschap;

  • inkoopcommissies;

  • rechten bij invoer en andere belastingen verschuldigd in de Gemeenschap bij de invoer of de verkoop van goederen;

  • kosten van opslag en voor bewaring van de goederen in goede staat gedurende de opslag in (douane-)entrepots en ruimten voor tijdelijke opslag.

15.6 Identieke goederen

Identieke goederen zijn in hetzelfde land voortgebrachte goederen die in alle opzichten eender zijn, m.i.v. de materiële kenmerken, kwaliteit en reputatie, waarbij geringe verschillen in uiterlijk echter geen beletsel zijn om goederen die voor het overige aan de definitie voldoen, aan te merken als identiek.

15.7 Soortgelijke goederen

Soortgelijke goederen zijn in hetzelfde land voortgebrachte goederen die, ofschoon zij niet in alle opzichten eender zijn, gelijke kenmerken vertonen en gelijksoortige bestanddelen bevatten waardoor zij dezelfde functies kunnen hebben en in de handel uitwisselbaar kunnen zijn; de kwaliteit van de goederen, hun reputatie en de aanwezigheid van een fabrieks- of handelsmerk zijn factoren die onder meer in aanmerking moeten worden genomen om vast te kunnen stellen of goederen soortgelijk zijn.

15.8 Terugrekenmethode

Uitgangspunt is de binnenlandse verkoopprijs aan niet-verbonden personen van de ingevoerde goederen, zo nodig van identieke of soortgelijke goederen. Deze wordt verminderd met:

  • gebruikelijke opslagen voor winst en algemene kosten van de verkoop of de in de EU betaalde commissie;

  • gebruikelijke kosten van vervoer en verzekering die binnen de EU worden gemaakt;

  • rechten bij invoer en andere belastingen bij of na invoer voldaan.

15.9 Methode van de berekende waarde

De berekende waarde is de som van drie groepen kosten:

  • materiaal en voortbrengingskosten;

  • winst en algemene kosten;

  • kosten in verband met het vervoer tot de plaats van binnenkomst in de EU.

15.10 Globale methode

In het algemeen houdt deze methode in dat de vijf voorgaande methoden opnieuw worden doorlopen, maar nu met een redelijke soepelheid.

15.11 Vereenvoudigde procedures

Voor een aantal goederen uit de groenten- en fruitsector bestaan vereenvoudigde procedures. Dit betekent dat in afwijking van de normale regelingen de goederen mogen worden aangegeven tegen forfaitair vastgestelde waarden, de zogenoemde eenheidswaarden.
Belangrijkste punten:

  • aan bederf onderhevige groenten en fruit worden vaak op basis van consignatiecontracten geleverd, dit betekent dat op het tijdstip voor de bepaling van de douanewaarde van groenten en fruit meestal geen transacties zijn afgesloten en geen transactiewaarden beschikbaar zijn;

  • op verzoek kan de douanewaarde van aan bederf onderhevige groenten en fruit worden vastgesteld op basis van eenheidsprijzen, de levering heeft plaatsgevonden naar aanleiding van consignatiecontracten;

  • hiertoe worden de eenheidsprijzen door de lidstaten aan de Commissie medegedeeld en door deze via Taric bekendgemaakt;

  • deze eenheidsprijzen gelden voor de gehele Gemeenschap en kunnen alleen worden gebruikt bij het in het vrije verkeer brengen van de groenten en fruit die worden ingedeeld in hoofdstuk 7 en 8 van het Gemeenschappelijk douanetarief en die zijn genoemd op www.douane.nl onder 'eenheidsprijzen groente en fruit';

  • als er een koop of verkoop plaatsvindt voordat het groenten en fruit in het vrije verkeer wordt aangegeven, moet de betaalde of de te betalen prijs als douanewaarde worden aangegeven.

15.12 Forfaitaire invoerwaarden

Voor de goederen genoemd onder punt 15.11 kunnen voor bepaalde perioden zgn. forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld. Deze zijn vergelijkbaar met referentieprijzen en kunnen dienen als aan te geven douanewaarde. Het betreft vooral producten waarvan de aangegeven waarde bepalend is voor de hoogte van het aanvullend invoerrecht. Indien een douanewaarde wordt aangegeven die hoger is dan de forfaitaire invoerwaarde (leidt tot lager aanvullend invoerrecht) dient zekerheid te worden gesteld voor het verschil dat zou zijn verschuldigd indien tegen de forfaitaire invoerwaarde zou zijn aangegeven. Zekerheid wordt vrijgegeven indien, (mede) aan de hand van de verkoopprijs na de invoer, wordt aangetoond dat de aangegeven waarde correct is.
Zie met name Verordening (EG) nr. 3290/94 en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011.

15.13 Royalty's en licentierechten

Onder royalty's en licentierechten wordt met name verstaan de betaling voor het gebruik van rechten nopens:

  • de vervaardiging van het ingevoerde goed (bijv. octrooien);

  • de verkoop voor uitvoer van het ingevoerde goed (bijv. fabrieks- of handelsmerken);

  • het gebruik of de wederverkoop van het ingevoerde goed (bijv. auteursrechten).

Royalty's en licentierechten worden slechts aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs toegevoegd, indien de betaling ervan:

  • betrekking heeft op het goed waarvan de waarde wordt bepaald;

  • voor dat goed een voorwaarde voor de verkoop vormt.

15.13.1 Royalty's en licentierechten met betrekking tot de ingevoerde goederen

  • indien het ingevoerde goed een bestanddeel is van in de EU vervaardigde goederen, mag een aanpassing van de voor het ingevoerde goed werkelijk betaalde of te betalen prijs slechts geschieden, indien de royalty of het licentierecht op dat ingevoerde goed betrekking heeft;

  • indien goederen in niet-gemonteerde staat worden ingevoerd of vóór hun doorverkoop slechts een eenvoudige behandeling moeten ondergaan (bijv. verdunning of verpakking), sluit dat niet uit dat de royalty of het licentierecht op het ingevoerde goed betrekking kan hebben;

  • indien de royalty's of licentierechten gedeeltelijk betrekking hebben op de ingevoerde goederen en gedeeltelijk op bestanddelen of verrichtingen die na de invoer worden toegevoegd, wordt slechts aan de hand van objectieve en meetbare gegevens tot een passende verdeling overgegaan.

15.13.2 Royalty's en licentierechten betreffende een fabrieks- of handelsmerk

Deze worden slechts aan de voor de ingevoerde goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs toegevoegd, indien:

  • zij betrekking hebben op goederen die in ongewijzigde staat worden doorverkocht of die na de invoer slechts een eenvoudige behandeling ondergaan;

  • de goederen onder de vóór of na de invoer aangebrachte merknaam in de handel worden gebracht;

  • het de koper niet vrijstaat dergelijke goederen bij andere, niet met de verkoper verbonden, leveranciers aan te kopen.

15.13.3 Betaling aan derden

Indien de koper een royalty of licentierecht aan een derde betaalt, wordt de royalty of het licentierecht slechts bij de voor het ingevoerde goed werkelijk betaalde of te betalen prijs geteld, indien de betaling ervan door de verkoper of een met deze verbonden persoon van de koper is verlangd.

15.13.4 Wijze van berekening

  • indien de wijze van berekening van de royalty of het licentierecht verband houdt met de prijs van het ingevoerde goed, wordt, behoudens tegenbewijs, aangenomen dat de royalty of het licentierecht op dat goed betrekking heeft;

  • indien het bedrag van de royalty of het licentierecht wordt berekend onafhankelijk van de prijs van het ingevoerde goed, kan de royalty of het licentierecht niettemin betrekking hebben op het goed waarvan de waarde wordt bepaald.

15.13.5 Niet-bijtelling op de voet van art. 32, eerste lid, letter d, CDW

  • betalingen die voldoen aan de definitie van royalty's en licentierechten, worden uitsluitend getoetst aan art. 32, eerste lid, letter c, CDW;

  • indien de in vorengenoemde bepaling gestelde voorwaarden niet zijn vervuld, kan een dergelijke betaling niet in de douanewaarde worden begrepen op grond van een andere bepaling van art. 32, eerste lid, CDW, met name letter d (de waarde van dat deel van de opbrengst van latere wederverkoop dat rechtstreeks of zijdelings aan de verkoper ten goede komt).

15.14 Nadere informatie

Ga naar de Sdu website