25 Passieve veredeling

25.1 Algemeen

Passieve veredeling is een economische douaneregeling waarbij goederen tijdelijk uit het douanegebied van de EU kunnen worden uitgevoerd om te worden hersteld, be- of verwerkt of om aan andere goederen te worden aangebracht en ze vervolgens met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van rechten bij invoer opnieuw in de EU in het vrije verkeer te brengen.

25.2 Wettelijke basis

25.2.1 Internationaal

  • Art. 84 t/m 90 en art. 145 t/m 160 CDW.

  • Art. 496 t/m 523 en art. 585 t/m 592 en de bijlagen 67, 68, 70, 71 en 104 TCDW.

25.2.2 Nationaal

  • Art. 7:27 en art. 7:28 Adr.

25.3 Belangrijkste bepalingen

25.3.1 Vergunning

Een vergunning:

  • is noodzakelijk;

  • moet schriftelijk worden aangevraagd volgens het in bijlage 67 TCDW opgenomen model of, na toestemming, simpel schriftelijk verzoek;

  • kan ook met behulp van de schriftelijke of elektronische aangifte worden aangevraagd als de veredeling ziet op herstellingen of na passieve veredeling voor het vrije verkeer na passieve veredeling:

    • met gebruik van uitwisselingsverkeer met voorafgaande invoer;

    • met gebruik van uitwisselingsverkeer zonder voorafgaande invoer als de reeds afgegeven vergunning dit verkeer niet dekt;

    • als de veredeling zag op goederen zonder handelskarakter;



  • moet bij de inspecteur worden aangevraagd die bevoegd is voor de plaats waar de voor tijdelijk uit te voeren goederen zich bevinden;

  • moet binnen dertig dagen na aanvraag al dan niet worden verleend;

  • kan een grensoverschrijdende vergunning zijn;

  • is in principe drie jaar geldig;

  • kan met terugwerkende kracht van maximaal één jaar worden verleend;

  • kan alleen verkregen worden als aan de economische voorwaarden is voldaan, deze moeten door de aanvrager van de vergunning worden onderzocht.

25.3.2 Aanzuivering

  • in de vergunning wordt de aanzuiveringstermijn bepaald, deze termijn kan worden verlengd;

  • aanzuivering geschiedt door het de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen met het verzoek om gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer;

  • hierbij is in principe het gebruik van het FIFO-systeem verplicht.

25.3.3 Berekening vrijstelling

  • de gedeeltelijke vrijstelling wordt verleend tot het bedrag dat zou zijn verschuldigd voor de uitgevoerde goederen indien deze in het vrije verkeer zouden worden gebracht op de dag van invoer van de veredelingsproducten vanuit het land waar de veredeling heeft plaatsgevonden;

  • een gedeeltelijke vrijstelling van rechten bij invoer door de kosten van veredeling als waardebasis voor het recht te nemen wordt in principe op verzoek toegestaan;

  • voor de berekening van het in mindering te brengen bedrag wordt geen rekening gehouden met antidumpingrechten of compenserende rechten;

  • bijkomende veredelingsproducten en resten en afvallen worden geacht te zijn inbegrepen;

  • kosten van laden, vervoer en verzekering naar de veredelingsplaats worden in de berekening niet meegenomen;

  • kosten van laden, vervoer en verzekering van de veredelingsplaats naar de EU zijn in de veredelingskosten begrepen;

  • een gemiddeld recht geldend voor een bepaalde periode van maximaal twaalf maanden in geval van veelvuldig veredelingswerkzaamheden kan op verzoek worden toegestaan (globalisatie), na deze periode wordt een definitieve berekening gemaakt.

25.3.4 Diversen

  • passieve veredeling is niet mogelijk voor vrije verkeersgoederen die nog onder de voorwaarden vallen van een bijzondere bestemming of waarvoor bij uitvoer uitvoerrestituties of andere financieel voordeel worden toegekend;

  • vervanging van het veredelingsproduct door een ander goed dat wordt ingevoerd is mogelijk voor zover de veredelingshandeling betrekking heeft op de herstelling van goederen; voorafgaande invoer van het vervangende product is eveneens mogelijk;

  • handelspolitieke maatregelen zijn niet van toepassing bij het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsproducten:

    • die de oorsprong EU hebben behouden;

    • die uit herstellingen bestaan, ook bij uitwisselingsverkeer;

    • bij aanvullende veredelingshandelingen;



  • het voeren van een gepaste administratie is noodzakelijk;

  • in de vergunning worden opbrengstpercentages van de veredeling of de berekening daarvan vastgelegd;

  • het opbrengstpercentage kan met de hoeveelheidsleutel of waardesleutel worden bepaald;

  • in de vergunning worden de identificatiemethoden van de tijdelijk uit te voeren goederen in de in te voeren veredelingsproducten vastgelegd;

  • indien geen identificatie bij de invoer mogelijk is kunnen andere waarborgen worden verlangd;

  • in het kader van administratieve samenwerking kunnen inlichtingenbladen INF 2 worden gebruikt.

25.4 Aangiften en andere formulieren

  • aangifte (aangifte ten uitvoer), bescheiden voor de evt. rechten bij uitvoer, uitvoerbescheiden en (kopie) vergunning(aanvraag);

  • aangifte ten invoer;

  • de aangifte tot plaatsing onder de regeling (aangifte ten uitvoer) en de aangifte ten invoer kunnen onder bepaalde voorwaarden geschieden met toepassing van de vereenvoudigde procedures onvolledige aangifte, vereenvoudigde aangifte en domiciliëringsprocedure (art. 277 en art. 278 TCDW; zie onderdeel 18);

  • bij het driehoeksverkeer is het gebruik van het inlichtingenblad INF-2 (zo nodig aangevuld met INF-2 bis) voorgeschreven.

25.5 Nadere informatie

Ga naar de Sdu website