29 Vrijstellingen bij brengen in het vrije verkeer

29.1 Algemeen

29.1.1 Algemeen

Voor een aantal goederen is het mogelijk ze met vrijstelling van rechten bij invoer, omzetbelasting, accijns en verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en van enkele andere heffingen in te voeren. Dit geschiedt bijv. om sociale redenen (goederen voor gehandicapten) of culturele redenen (goederen voor musea).

De vrijstellingen, die in dit onderdeel nader worden besproken, zijn onderworpen aan voorwaarden en bepalingen die moeten worden nagekomen.

Zij kunnen betrekking hebben op goederen die ‘de eerste keer’ in het douanegebied worden ingevoerd en op goederen die worden ingevoerd na eerder uit het vrije verkeer van de Europese Unie te zijn uitgevoerd (terugkerende goederen).

29.1.2 Wettelijke basis

29.1.2.1 Internationaal

  1. diverse overeenkomsten waarvan kunnen worden genoemd:

    1. Ben. prot.

    2. NAVO-verdrag, OESO-verdrag e.a.



  2. diverse bepalingen uit de Europese wetgeving:

    1. CDW, art. 184.

    2. CDW, art. 185 t/m 187 en TCDW, art. 844 t/m 856 betreffende terugkerende goederen.

    3. Uitvoeringsverordening (EU) nr. 80/2012, Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1224/2011, Verordening (EG) 3915/88 en Verordening (EU) 1186/2009 betreffende vrijstellingen bij definitieve invoer.

    4. Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1224/2011 voor de toepassing van de artikelen 66 t/m 73 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.

    5. Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1225/2011 voor de toepassing van de artikelen 42 t/m 52 en de artikelen 57 en 58 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.

    6. Uitvoeringsverordening (EU) nr. 80/2012 tot vaststelling van de lijst van biologische of chemische stoffen als bedoeld bij Verordening (EG) nr. 1186/2009.



  3. diverse EEG-richtlijnen waarvan genoemd wordt:

    1. nr. 2009/132/EG inzake de definitieve invoer van bepaalde goederen.





29.1.2.2 Nationaal

  1. Adr, art. 7:2 t/m 7:30.

  2. Wet OB 1968, art. 21.

  3. Wet op de accijns, art. 69.

  4. Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen, art. 14.

  5. Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, art. 2, 3 en 4.

  6. Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere producten, art. 31.



29.1.2.3 Opmerking

  1. Bij de vrijstellingen die in de punten 29.2 e.v. worden behandeld is als wettelijke grondslag steeds slechts het belangrijkste artikel of de belangrijkste verordening genoemd.



29.1.3 Vergunning

Een aantal vrijstellingen wordt bij binnenkomst verleend, doch voor andere heeft men een voorafgaande vergunning nodig van de inspecteur.

Een vergunning:

  1. is eenmalig of doorlopend (tot wederopzeggens);

  2. moet in het algemeen vóór de invoer zijn verkregen;

  3. wordt al naar het geval schriftelijk aangevraagd bij de inspecteur over de plaats:

    1. waar de goederen ten invoer worden aangegeven;

    2. waar de goederen de in de vrijstelling voorziene bestemming volgen;

    3. waar belanghebbende woont of is gevestigd;



  4. kan soms op de aangifte voor het vrije verkeer worden verleend.



29.1.4 Aangifte ten invoer

In de aangifte voor het vrije verkeer moet naast de gebruikelijke gegevens worden vermeld:

  1. de plaats waar een persoon het permanente centrum heeft van zijn persoonlijke en beroepsmatige belangen;

  2. als de normale verblijfplaats niet aan de hand van de persoonlijke en beroepsmatige belangen kan worden vastgesteld, wordt voorrang gegeven aan de persoonlijke bindingen;

  3. bij de beoordeling van de vraag waar een persoon zijn persoonlijke bindingen heeft, moeten alle omstandigheden in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen (Hof van Justitie, zaken C-297/89, 23 april 1991, en C-262/99, 12 juli 2001, en Hoge Raad, zaak 36.579, 20 december 2002).



Als formulieren worden in beginsel gebruikt:

  1. enig document;

  2. Douane nr. 39 voor de vrijstelling voor diplomatieke en consulaire goederen.



29.1.5 Normale verblijfplaats

Voor de toepassing van een aantal vrijstellingen is van belang waar de normale verblijfplaats van de belanghebbende is. Wat daaronder moet worden verstaan, is niet wettelijk bepaald, normaliter is:

  1. de plaats waar een persoon het permanente centrum heeft van zijn persoonlijke en beroepsmatige belangen;

  2. als de normale verblijfplaats niet aan de hand van de persoonlijke en beroepsmatige belangen kan worden vastgesteld, wordt voorrang gegeven aan de persoonlijke bindingen;

  3. daarbij worden alle omstandigheden in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen (Hof van Justitie, zaken C-297/89, 23 april 1991, en C-262/99, 12 juli 2001, en Hoge Raad, zaak 36.579, 20 december 2002);

  4. bewijs normale verblijfplaats door middel van een legitimatiebewijs zoals een paspoort, verklaring van het gemeentebestuur waar de belanghebbende buiten Nederland staat ingeschreven of overige bescheiden om de normale verblijfplaats te kunnen aantonen (koop- en huurcontracten, lidmaatschappen, loongegevens enz.);

  5. ‘persoonlijke bindingen’ kunnen onder andere tot uiting komen in:

    1. de plaats waar het gezin, het samenlevingsverband, de kinderen, de familie en/of de overige persoonlijke relaties verblijven;

    2. de tijd die aan het gezin, het samenlevingsverband, de kinderen, de familie en/of de overige persoonlijke relaties wordt besteed;

    3. maatschappelijke en andere sociale bindingen (zoals culturele activiteiten, verenigingsleven, sportclubs, functies in besturen);

    4. het ingeschreven zijn in een bevolkingsregister;

    5. het hebben van een vaste woning, al dan niet in eigendom;

    6. het hebben van een vast inkomen uit arbeid en/of overige bronnen;

    7. de nationaliteit;

    8. land waar hij zijn persoonlijke bindingen heeft. De eis van het regelmatig terugkeren naar dat land is wel van toepassing. Voor de duur van het verblijf is geen bepaalde termijn voorgeschreven. Deze kan worden gesteld op de daadwerkelijke studieduur. Als een stageperiode tot een studie behoort, kan deze stage tot de daadwerkelijke studieduur worden gerekend

      1. indien de persoon zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats heeft dan zijn persoonlijke bindingen en daardoor in verschillende landen verblijft, is de normale verblijfplaats gelegen in het land van zijn persoonlijke bindingen, mits hij daar op geregelde tijden terugkeert;

      2. indien de persoon zich op de plaats van zijn beroepsmatige bindingen bevindt voor een opdracht van een bepaalde duur, is de normale verblijfplaats de plaats van zijn persoonlijke bindingen;

      3. de omstandigheid dat onderwijs wordt genoten, houdt op zich niet in dat de normale verblijfplaats is verplaatst.







29.1.6 Afzien van de vrijstelling

Afzien van de vrijstelling kan worden toegestaan indien bijzondere omstandigheden het volgen van de bestemming beletten:

  1. in beginsel moet toestemming worden gevraagd bij de inspecteur die de vrijstelling verleende of de inspecteur waar de goederen zich bevinden;

  2. een aangifte moet worden bijgevoegd, tenzij de inspecteur toestaat dat de goederen weer worden uitgevoerd;

  3. belasting is verschuldigd naar tarief en waarde van het tijdstip van invoer (soms geldt de waarde van het tijdstip van afzien); onder bepaalde voorwaarden kunnen de algemene tariefpreferenties worden toegepast.



In sommige gevallen kan worden afgezien door kennisgeving aan de inspecteur zonder eis van bijzondere omstandigheden; aangifte ten invoer tot verbruik is ook hier vereist.

Ook kan soms worden toegestaan dat de goederen onder ambtelijk toezicht worden vernietigd; aangifte voor het restant van de vernietigde goederen is nodig.

29.1.7 Niet-nakomen van de voorwaarden

Bij het niet-nakomen van de gestelde voorwaarden:

  1. kan de vergunning worden ingetrokken;

  2. kan een nieuwe vergunning worden geweigerd;

  3. kan verschuldigdheid van belasting het gevolg zijn;

  4. vervalt een vrijstelling;

  5. kan strafvervolging het gevolg zijn.



29.1.8 Belasting van personenauto's en motorrijwielen

Voor de BPM is het belastbaar feit de registratie hier te lande dan wel het gebruik hier te lande door een Nederlands ingezetene. Invoer is derhalve geen belastbaar feit. Hoewel de invoer voor de BPM geen belastbaar feit is, is het gaan gebruiken van de Nederlandse weg dan wel het hier te lande registreren van een uit het buitenland afkomstig vervoermiddel te vergelijken met invoer. In het Uitvoeringsbesluit BPM is deze parallel ook getrokken, dat wil zeggen dat vrijstelling van BPM kan worden verleend in die gevallen dat aanspraak op vrijstelling van rechten bij invoer bestaat of zou bestaan indien het vervoermiddel zou worden ingevoerd. Op deze wijze kan tevens vrijstelling van BPM worden verleend indien het vervoermiddel afkomstig is van een andere lidstaat (bijv. bij de overbrenging van de normale verblijfplaats vanuit een andere lidstaat; verhuisboedelvrijstelling), een situatie die niet als invoer wordt aangemerkt. In de onderdelen 29.2 en verder wordt dan ook telkens vermeld of tevens vrijstelling van BPM mogelijk is, als ware deze belasting een belasting ter zake van de invoer. Indien vrijstelling van rechten bij invoer van toepassing is, dient het verzoek om vrijstelling van BPM tegelijkertijd met het verzoek om vrijstelling van rechten bij invoer te worden ingediend. In andere gevallen dient een apart verzoek te worden ingediend. In alle gevallen zijn de voorwaarden en bepalingen zoals die gelden voor de vrijstelling van rechten bij invoer van overeenkomstige toepassing voor de vrijstelling van BPM.

29.1.9 Nadere informatie

  1. Handboek voor in- en uitvoer, deel C, deel 1, onderdeel I.75, I.85, I.90.



29.2 Verhuisboedels

Wanneer een natuurlijke persoon zich van buiten de EG in Nederland vestigt, is er op grond van art. 3 t/m 11 Verordening (EG) nr. 1186/2009 en van art. 7:2 Adr vrijstelling van rechten bij invoer. De vrijstelling geldt eveneens voor accijns, OB, BPM en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM):

  1. de vrijstelling geldt voor persoonlijke goederen;

  2. persoonlijke goederen zijn goederen die dienen voor het persoonlijk gebruik van de belanghebbende of voor de behoeften van zijn huishouding; zij mogen niet bestemd zijn voor de werkzaamheden van de belanghebbende als fabrikant, handelaar of dienstverrichter; draagbare instrumenten voor de uitoefening van een technisch of vrij beroep van de belanghebbende behoren echter tot de persoonlijke goederen;

  3. de goederen moeten, in één of meer zendingen, binnen twaalf maanden na de overbrenging van de normale verblijfplaats in het vrije verkeer worden gebracht;

  4. goederen mogen – onder voorwaarden – tot 6 maanden voor de overbrenging van de normale verblijfplaats in het vrije verkeer worden gebracht;

  5. geen vrijstelling wordt verleend voor:

    1. alcoholische producten;

    2. tabak en tabaksproducten;

    3. bedrijfsvoertuigen;

    4. materieel voor beroepsdoeleinden, andere dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten;



  6. voor de vrijstelling komen alleen personen in aanmerking die ten minste 12 opeenvolgende maanden hun normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de EU hebben gehad. Afwijkingen zijn mogelijk;

  7. de goederen moeten ten minste zes maanden voorafgaande aan de overbrenging bij belanghebbende in bezit en gebruik zijn geweest in het derde land van van herkomst;

  8. de goederen mogen binnen twaalf maanden na het in het vrije verkeer brengen niet worden overgedragen, verhuurd of uitgeleend; indien zulks wel plaatsvindt wordt de belasting verschuldigd;

  9. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document (IM 4) waarin de goederen worden aangeduid met ‘Verhuisgoed’.



29.3 Uitzetten en huwelijksgeschenken

Voor huwelijksuitzetten en inboedel, alsmede voor huwelijksgeschenken wordt op grond van art. 12 t/m 16 Verordening (EG) nr. 1186/2009 en van art. 7:2 Adr bij invoer vrijstelling van rechten bij invoer verleend, indien een natuurlijke persoon zijn normale verblijfplaats ter gelegenheid van zijn huwelijk naar Nederland overbrengt:

  1. de vrijstelling geldt eveneens voor accijns, OB, BPM en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Algemene douaneregeling, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM);

  2. de vrijstelling geldt alleen voor personen die ten minste 12 opeenvolgende maanden hun normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de EU hebben gehad. Uitzonderingen zijn mogelijk;

  3. bij de aangifte moet worden aangetoond dat het huwelijk heeft plaatsgehad of dat de eerste officiële stappen met het oog op het huwelijk zijn gezet en moet een ondertekende lijst worden overgelegd van de in te voeren goederen;

  4. de vrijstelling wordt niet verleend voor alcoholhoudende producten, tabak en tabaksproducten;

  5. de vrijstelling voor huwelijksgeschenken is beperkt tot geschenken met een waarde van ten hoogste of € 1000 per geschenk;

  6. de goederen moeten, in één of meer zendingen, worden ingevoerd in de periode tussen twee maanden vóór de vastgestelde huwelijksdatum en vier maanden na de huwelijkssluiting;

  7. de goederen mogen gedurende twaalf maanden na het in het vrije verkeer brengen niet worden overgedragen, verhuurd, verpand of uitgeleend; indien zulks wel plaatsvindt wordt de belasting verschuldigd;

  8. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document waarin de goederen worden aangeduid met ‘huwelijksgoederen’ en waarbij de vergunning en de inventarislijst moeten worden overgelegd;

  9. tenzij het in het vrije verkeer brengen vóór de datum van het huwelijk geschiedt, behoeft geen zekerheid te worden gesteld.



29.4 Geërfde goederen

Wanneer men goederen uit een buitenlandse nalatenschap erft, is er op grond van art. 17 t/m 20 Verordening (EG) nr. 1186/2009 en art. 7:2 Adr bij invoer vrijstelling van rechten bij invoer:

  1. de vrijstelling geldt eveneens voor accijns, OB, BPM en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Algemene douaneregeling, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM);

  2. bij de aanvraag moeten worden overgelegd:

    1. een door een notaris van het land van uitvoer afgegeven verklaring waaruit blijkt dat de goederen door vererving zijn verkregen;

    2. een ondertekende lijst van de goederen waarvoor aanspraak op vrijstelling wordt gemaakt;



  3. de vrijstelling geldt voor persoonlijke goederen die door:

    1. een natuurlijke persoon met normale verblijfplaats in het douanegebied van de EU door erfopvolging zijn verkregen;

    2. een rechtspersoon, gevestigd in het douanegebied van de EU, die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent, door erfopvolging bij testament zijn verkregen;



  4. de vrijstelling geldt niet voor:

    1. alcoholische producten;

    2. tabak en tabaksproducten;

    3. bedrijfsvoertuigen;

    4. materieel voor beroepsdoeleinden, andere dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die nodig waren voor het beroep van de overledene;

    5. voorraden grondstoffen, eindproducten of halffabricaten;

    6. levend vee en voorraden landbouwproducten boven de normale gezinsbevoorrading;



  5. de goederen moeten, in één of meer zendingen, binnen twee jaar na de datum waarop de goederen in bezit gesteld zijn (definitieve regeling voor erfopvolging) in het vrije verkeer worden gebracht;

  6. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document waarin de goederen worden aangeduid met ‘erfgoederen’, waarbij de vergunning en de goederenlijst worden overgelegd.



29.5 Uitzetten voor scholieren en studenten

Uitzetten, gebruikte roerende goederen die de normale meubilering van een studentenkamer vormen en studiebenodigdheden van scholieren en studenten zijn op grond van art. 21 en 22 Verordening (EG) nr. 1186/2009 en van art. 7:2 Adr vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de vrijstelling geldt ook voor OB;

  2. scholieren en studenten zijn personen die zijn ingeschreven bij een onderwijsinstelling om er het volledige leerplan te volgen;

  3. uitzet is het linnengoed, alsmede de kleding, zelfs indien nieuw;

  4. studiebenodigdheden zijn voorwerpen en instrumenten (ook reken- en schrijfmachines) die normaliter door een scholier of student bij de studie worden gebruikt;

  5. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document waarin de goederen worden aangeduid met ‘Roerende goederen studenten’.



29.6 Zendingen met een te verwaarlozen waarde

Zendingen met een te verwaarlozen waarde zijn op grond van art. 23 en 24 Verordening 1186/2009 vrijgesteld van rechten bij invoer.

  1. onder ‘te verwaarlozen waarde’ wordt verstaan een intrinsieke waarde van niet meer dan € 150 per zending;

  2. van de vrijstelling zijn uitgesloten:

    1. alcoholische producten;

    2. parfum en toiletwater;

    3. tabak en tabaksproducten.





De vrijstelling geldt mede voor de OB (tot € 22) en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr).

29.7 Door particulieren aan particulieren gerichte zendingen

Goederen zonder handelskarakter die door een particulier als brief of als postpakket rechtstreeks aan de geadresseerde worden gezonden zijn op grond van art. 25 Verordening (EG) nr. 1186/2009 vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de vrijstelling geldt voor een waarde van € 45 per zending;

  2. zonder handelskarakter wil zeggen:

    1. incidenteel karakter;

    2. uitsluitend voor persoonlijk gebruik;

    3. geen enige vorm van betaling



  3. er gelden maxima voor bepaalde goederen:

    1. 50 sigaretten;

    2. 25 cigarillo’s;

    3. 10 sigaren;

    4. 50 gr. rooktabak;

    5. of een proportioneel assortiment van deze goederen;

    6. gedestilleerde en alcoholhoudende dranken van meer dan 22% vol; niet-gedenatureerde ethylalcohol van 80%: 1 liter;

    7. gedestilleerde dranken en alcoholhoudende dranken, aperitieven op basis van wijn of alcohol, tafia, saké of soortgelijke dranken met een alcoholgehalte van 22% vol of minder, mousserende wijnen, likeurwijnen: 1 liter of een proportioneel assortiment van deze producten;

    8. niet-mousserende wijnen: 2 liter;

    9. parfum: 50 gr.; of

    10. toiletwater: 0,25 liter;



  4. de vrijstelling geldt mede voor de accijnzen, de OB en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:18 Adr).



29.8 Verhuizing van kapitaalgoederen en uitrusting

Kapitaalgoederen en andere uitrusting, ingevoerd door bedrijven, personen die een vrij beroep uitoefenen of rechtspersonen die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefenen, die hun activiteiten buiten de EU definitief staken om een soortgelijke activiteit in het douanegebied van de EU te komen uitoefenen, zijn op grond van art. 28 t/m 34 Verordening (EG) nr. 1186/2009 vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de vrijstelling geldt mede voor OB en de BPM, mits de activiteiten niet zijn vrijgesteld van OB (art. 7:19 Adr, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM);

  2. de goederen moeten ten minste 12 maanden voor het staken van de activiteiten buiten de EU zijn gebruikt;

  3. de goederen moeten zijn bestemd om na de overbrenging voor dezelfde doeleinden te worden gebruikt;

  4. de goederen moeten in overeenstemming zijn met de aard en omvang van het betrokken bedrijf;

  5. de goederen moeten, al dan niet in deelzendingen, binnen 12 maanden na het staken van de activiteiten in het buitenland worden ingevoerd;

  6. de goederen mogen gedurende 12 maanden (in sommige gevallen 36 maanden) na de invoer niet worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen;

  7. de vrijstelling wordt niet verleend aan bedrijven, enz., waarvan de overbrenging als oorzaak dan wel tot doel heeft een fusie met of een overname door een hier te lande gevestigd bedrijf, enz., zonder dat een nieuwe activiteit wordt ondernomen;

  8. de vrijstelling geldt niet voor:

    1. vervoermiddelen die niet het karakter bezitten van productiemiddelen of middelen in het kader van dienstverlening;

    2. voorraden voor menselijk verbruik of voor voeding van dieren;

    3. brandstoffen en voorraden grondstoffen, halffabricaten en eindproducten;

    4. vee in het bezit van veekooplieden;



  9. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document waarin de goederen worden aangeduid met ‘Kapitaalgoederen’.



29.9 Reizigersbagage

Zie onderdeel 39.

29.10 Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

Gehele vrijstelling van rechten bij invoer wordt op grond van art. 42 t/m 52 Verordening (EG) nr. 1186/2009, uitvoeringsbepalingen zijn ter zake vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1225/2011 voor de toepassing van de artikelen 42 tot en met 52 en de artikelen 57 en 58 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen en van art. 7:4 Adr verleend voor een aantal met name genoemde goederen en voor niet specifiek genoemde wetenschappelijke instrumenten en apparaten:

  1. de goederen zijn genoemd in de bijlagen I en II van Verordening (EG) nr. 1186/2009;

  2. de goederen van bijlage I kunnen worden ingevoerd ongeacht het gebruik waartoe ze bestemd zijn;

  3. de goederen van bijlage II kunnen slechts worden ingevoerd door aangewezen instellingen en organisaties;

  4. niet in de bijlagen genoemde wetenschappelijke instrumenten en apparaten kunnen slechts worden ingevoerd indien:

    1. zij voor niet-commerciële doeleinden zijn bestemd;

    2. zij zijn bestemd voor aangewezen instellingen;



  5. een vrijstelling kan worden geweigerd indien wordt aangetoond dat de producenten in de EU schade ondervinden van deze invoer met vrijstelling;

  6. de vrijstelling geldt, m.u.v. onder meer wetenschappelijke instrumenten en apparaten, mede voor de OB (art. 7:21 en 7:22 Adr);

  7. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document.



29.11 Medische instrumenten en apparaten

Instrumenten en apparaten bestemd voor medisch onderzoek, medische diagnose of medische behandeling zijn op grond van art. 57 en 58 Verordening (EG) nr. 1186/2009, art. 15bis en volgende Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1225/2011 en van art. 7:4 Adr, vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de vrijstelling wordt slechts verleend indien:

    1. de goederen worden geschonken door een particulier of een liefdadige of filantropische instelling; of

    2. de goederen zijn aangekocht met gelden welke zijn verkregen van een liefdadige of filantropische instelling of door vrijwillige bijdragen;



  2. er mogen geen commerciële bijbedoelingen van de schenker aan de schenking verbonden zijn;

  3. de schenker mag geen banden met de fabrikant van de instrumenten of apparaten hebben waarvoor vrijstelling wordt gevraagd;

  4. de goederen mogen worden ingevoerd door ziekenhuizen, gezondheidsinstellingen en dergelijke instellingen welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bezighouden met medisch onderzoek, medische diagnose of medische behandeling;

  5. de vrijstelling is niet van toepassing op de accijns of de OB;

  6. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document.



29.12 Goederen voor gehandicapten

  1. de in bijlage III en IV van Verordening (EG) nr. 1186/2009 genoemde goederen, die speciaal zijn ontworpen voor de opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele ontwikkeling van blinden zijn van rechten bij invoer vrijgesteld op grond van art. 66 t/m 73 van genoemde verordening en van art. 7:2 Adr.

  2. de in bijlage IV genoemde voorwerpen genieten alleen vrijstelling wanneer zij zijn ingevoerd door:

    1. blinden zelf voor hun eigen gebruik;

    2. goedgekeurde instellingen of organisaties voor onderwijs aan of begeleiding van blinden.



  3. voorwerpen die speciaal zijn ontworpen voor onderwijs aan en tewerkstelling en verbetering van de maatschappelijke positie van andere gehandicapten dan blinden zijn op grond van art. 68 en 69 Verordening (EG) nr. 1186/2009, Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1224/2011 en van art. 7:2 Adr, vrijgesteld van rechten bij invoer.

  4. voor de hiervoor genoemde laatstbedoelde groep goederen geldt eveneens dat de vrijstelling kan worden geweigerd indien wordt aangetoond dat de producenten in de EU schade ondervinden van deze invoer met vrijstelling;

  5. de vrijstelling vindt m.b.t. de OB slechts toepassing voor zover de goederen gratis ter beschikking worden gesteld aan en worden ingevoerd door aangewezen organisaties en instellingen (art. 7:24 Adr) de voorwerpen mogen niet worden uitgeleend, verhuurd of worden overgedragen behalve aan blinden dan wel andere gehandicapten;

  6. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document;

  7. behoudens in bepaalde gevallen behoeft geen zekerheid te worden gesteld.



29.13 Goederen bestemd voor slachtoffers van rampen

Goederen, bestemd om gratis ter beschikking te worden gesteld aan slachtoffers van rampen zijn op grond van art. 74 t/m 80 Verordening (EG) nr. 1186/2009 en art. 7:2 Adr vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. een voorafgaande besluit van de Europese Commissie is vereist;

  2. de vrijstelling geldt mede voor de accijnzen, de OB, de BPM en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM);

  3. de goederen moeten worden ingevoerd door erkende instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter;

  4. in het kader van deze vrijstelling behoeft geen zekerheid te worden gesteld;

  5. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document waarin de goederen worden aangeduid met ‘goederen voor bestrijding van rampen’.



29.14 Monsters en stalen met onbeduidende waarde

Monsters en stalen met een onbeduidende waarde zijn op grond van art. 86 Verordening (EG) nr. 1186/2009 vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de goederen mogen slechts kunnen dienen om bestellingen te werven voor goederen van het soort dat zij vertegenwoordigen, met het oog op de invoer daarvan in het douanegebied van de EU;

  2. de douane kan eisen dat de goederen definitief onbruikbaar worden gemaakt (stempels, doorboren, versnijden e.d.);

  3. de vrijstelling geldt mede voor de accijnzen, OB en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr).



29.15 Drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden

Drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden zijn op grond van art. 87 t/m 89 Verordening (EG) nr. 1186/2009 vrijgesteld van rechten bij invoer.

De vrijstelling geldt mede voor de OB (art. 7:27 Adr). De vrijstelling geldt indien:

  1. het drukwerk op naam staat van een buiten het douanegebied van de EG gevestigde onderneming;

  2. het drukwerk betrekking heeft op ten verkoop of verhuur aangeboden goederen of op inzake vervoer, handelsverzekeringen of bankzaken aangeboden diensten door een buiten het douanegebied van de EU gevestigd persoon;

  3. iedere geadresseerde niet meer dan een zending tegelijk ontvangt die rechtstreeks van buiten het douanegebied van de EU moet zijn toegezonden;

  4. elke zending niet meer dan een exemplaar van elk soort drukwerk bevat of een brutogewicht van één kilogram niet te boven gaat.



29.16 Tentoonstellingsgoederen

Kleine monsters, goederen voor demonstratie, drukwerk en diverse materialen die worden ge- of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke, zijn op grond van art. 90 t/m 94 Verordening (EG) nr. 1186/2009 vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de vrijstelling geldt mede voor de OB en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr) en wordt door de ambtenaren verleend;

  2. aangifte ten invoer op formulier Enig document.



29.17 Goederen om te worden beproefd

Goederen die zullen worden onderworpen aan proeven om samenstelling, kwaliteit of technische eigenschappen vast te stellen, zijn op grond van art. 95 t/m 101 Verordening (EG) nr. 1186/2009 en van art. 7:2 Adr vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de vrijstelling geldt mede voor accijns, de OB, de BPM en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Algemene douaneregeling, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM);

  2. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document;

  3. na afloop van de proeven dienen de goederen te worden vernietigd of in het vrije verkeer gebracht (belast naar de soort, hoeveelheid en waarde na afloop van de proeven);

  4. wederuitvoer is slechts mogelijk in bijzondere gevallen met toestemming van de inspecteur;

  5. uitgesloten zijn goederen die dienen voor onderzoek, analyses of proefnemingen die als zodanig handelingen met het oog op klantenwerving vormen;

  6. de ingevoerde hoeveelheid mag de voor de proeven strikt noodzakelijke hoeveelheid niet te boven gaan.



29.18 Documentatiemateriaal van toeristische aard; diverse bescheiden en voorwerpen

Documentatiemateriaal van toeristische aard, bevattende niet meer dan 25% particuliere handelsreclame voor buiten de EU gevestigde bedrijven, en diverse bescheiden en voorwerpen die voor het handelsverkeer niet van betekenis zijn, zijn op grond van art. 103 Verordening (EG) nr. 1186/2009 vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de vrijstelling geldt mede, met afwijking, voor de OB (artt. 7:25 en 7:27 Adr) en wordt, zonder voorafgaande vergunning, door de ambtenaren verleend;

  2. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document.



29.19 Diverse goederen welke in aanmerking komen voor definitieve vrijstelling op grond van de Verordening (EG) nr. 1186/2009

Onderstaande goederen komen eveneens voor vrijstelling van rechten bij invoer in aanmerking. Indien een artikel zonder nadere aanduiding wordt genoemd betreft het een artikel van de Verordening (EG) nr. 1186/2009:

  1. uitrusting, ingevoerd door of voor rekening van een buiten de EU gevestigde instelling, in het kader van een overeenkomst tussen die instelling en een in de EU gevestigde instelling voor wetenschappelijk onderzoek (art. 51; art. 7:2 en 7:4 Adr). Deze vrijstelling geldt niet voor de accijns, de OB en de verpakkingenbelasting van alcoholvrije dranken en enkele andere producten;

  2. proefdieren en voor onderzoek bestemde biologische of chemische stoffen (art. 53; art. 7:2 en 7:4 Adr). Deze vrijstelling geldt mede voor de accijns en de OB;

  3. therapeutische stoffen en testsera (art. 54 t/m 56 en art. 7:4 Adr). Deze vrijstelling geldt mede voor de OB (art. 7:27 Adr);

  4. referentiestoffen voor de kwaliteitscontrole van geneesmiddelen (art. 59 en de Verordening (EEG) nr. 3915/88; art. 7:2 en 7:4 Adr). De vrijstelling is niet-voorwaardelijk en de goederen moeten zijn bestemd voor aangewezen instellingen. De vrijstelling geldt mede voor de accijns, de OB en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr);

  5. farmaceutische producten bij sportevenementen (art. 60). Deze vrijstelling geldt mede voor de OB (art. 7:27 Adr);

  6. goederen voor instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter (art. 61 t/m 69; 7:2 en 7:4 Adr). Deze vrijstelling geldt mede voor de OB (onder voorwaarden);

  7. onderscheidingen, geschenken en goederen voor staatshoofden (art. 81 t/m 95). Deze vrijstelling geldt mede voor de OB en de BPM en voor wat betreft de goederen bestemd voor staatshoofden, eveneens voor de accijns en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM).

  8. auteursrechten, industriële eigendom (art. 102). Deze vrijstelling geldt mede voor de OB (art. 7:27 Adr);

  9. stuwmateriaal; strooisel, fourage (art. 105 en 106). Deze vrijstelling geldt mede voor de OB (art. 7:27 Adr);

  10. brandstoffen en smeermiddelen voor voertuigen te land (art. 107 t/m 111). Deze vrijstelling geldt mede voor de accijns, de OB en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr).



29.20 Terugkerende goederen

Uit het vrije verkeer uitgevoerde goederen zijn op grond van art. 185 t/m 187 CDW en art. 844 t/m 856 TCDW en afdeling 7.4 Adr vrijgesteld van rechten bij invoer. De vrijstelling geldt eveneens voor goederen, uitgevoerd in het kader van de regeling actieve veredeling (zie onderdeel 22), mits de rechten worden betaald die verschuldigd zouden zijn geweest, indien de goederen ter beëindiging van de actieve veredeling in het vrije verkeer zouden zijn gebracht:

  1. voor reizigersbagage zie onderdeel 39;

  2. de vrijstelling geldt niet voor goederen die in het kader van de regeling passieve veredeling zijn uitgevoerd tenzij zij zich in onveredelde staat bevinden en in het algemeen evenmin voor goederen waarvoor bij uitvoer restitutie ter zake van het landbouwbeleid is verleend;

  3. de vrijstelling geldt in voorkomende gevallen en onder bepaalde voorwaarden mede voor de accijnzen, de OB en de BPM (art. 7:26 Adr, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM);

  4. aangifte ten uitvoer in het algemeen op formulier Enig document, waarbij – indien wederinvoer in een andere lidstaat zal plaatshebben – een INF 3 moet worden overgelegd;

  5. aangifte voor het vrije verkeer op formulier Enig document, waarbij moet worden overgelegd het aangeversexemplaar van Enig document of origineel en kopie van de INF 3 (wanneer uitvoer uit een andere lidstaat plaatsvond);

  6. gebruik van een carnet ATA is in bepaalde gevallen mogelijk;

  7. overlegging van het uitvoerdocument of INF 3 kan in sommige gevallen achterwege blijven.



29.21 Provisie, scheepsbehoeften, brandstoffen en smeermiddelen

Provisie en scheepsbehoeften aan boord van binnenkomende schepen, provisie aanwezig in luchtvaartuigen in internationaal verkeer, alsmede brandstoffen en smeermiddelen aanwezig in die vervoermiddelen zijn op grond van art. 7:16 Adr vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de vrijstelling geldt slechts voor de hoeveelheden welke redelijkerwijs nodig zijn voor ge- of verbruik aan boord;

  2. de vrijstelling geldt mede voor de accijnzen, de OB en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr) en wordt door de ambtenaren verleend;

  3. aangifte voor uit zee binnengekomen schepen op formulier IMO/FAL 3;

  4. aangifte voor langs rivieren en kanalen binnengekomen schepen op zgn. aangifte van de scheepsvoorraad;

  5. in de andere gevallen kan de aangifte mondeling geschieden;

  6. in de andere gevallen kan de aangifte mondeling geschieden;



29.22 Diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten

Goederen voor diplomatieke ambtenaren of voor de officiële behoeften van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten zijn op grond van art. 7:8 t/m 7:12 Adr vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de diplomatieke vrijstellingen betreffen:

    1. goederen voor persoonlijk gebruik van diplomatieke en consulaire ambtenaren, gebruik door leden van het gezin daaronder begrepen;

    2. goederen voor officiële behoeften van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten welke worden geleid door beroepsconsuls;

    3. kanselarijbenodigdheden voor consulaire posten welke worden geleid door honoraire consuls;



  2. de vrijstelling geldt mede voor accijns, de OB, de BPM en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM);

  3. er zijn quota's van toepassing voor de aanschaf van belastingvrije sterke drank, tabak en benzine;

  4. een voorafgaande vergunning is vereist van de inspecteur binnen wiens ambtsgebied belanghebbende woont of waar de vertegenwoordiging is gelegen;

  5. de vergunning wordt aangevraagd op een formulier Douane nr. 39 dat tevens dient als aangifte of tot uitslag indien de goederen worden betrokken uit bijv. entrepot;

  6. de vrijstelling voor goederen voor persoonlijk gebruik wordt slechts verleend voor zover de ambtenaren hier te lande geen duurzaam verblijf houden en geen bedrijf of beroep voor eigen rekening uitoefenen;

  7. handelsmonsters uit het land dat vertegenwoordigd wordt en die in de officiële gebouwen worden tentoongesteld vallen mede onder de vrijstelling;

  8. indien diplomatieke-, consulaire- of kanselarijbeambten zelf goederen hier te lande binnenbrengen kan met een mondelinge aangifte worden volstaan, mits aangetoond kan worden dat er aanspraak op vrijstelling bestaat;

  9. de vrijstelling geldt mede voor functionarissen van het Internationaal Gerechtshof en voor leden van het Permanente Hof van Arbitrage;

  10. zie voor details Besluit van 21 januari 2003, nr. IFZ 2002/1208M.



29.23 Internationale organisaties

Goederen voor in de Adr aangewezen internationale organisaties zijn op grond van art. 7:13 en 7:14 Adr vrijgesteld van rechten bij invoer. Op grond van art. 7:14 Adr kan vrijstelling van rechten bij invoer worden verleend voor een vervoermiddel bestemd voor een buitenlands personeelslid van een daartoe in de Adr aangewezen internationale organisatie:

  1. de vrijstelling aan de organisaties geldt mede voor accijns, de OB, de BPM en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten; de vrijstelling voor het vervoermiddel bestemd voor het personeelslid geldt mede voor de OB en de BPM (art. 7:27 Adr, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM);

  2. er zijn quota's van toepassing voor de aanschaf van belastingvrije sterke drank, tabak en benzine;

  3. een schriftelijke vergunning is vereist van de inspecteur over de plaats waar de organisatie is gevestigd;

  4. ter zake van deze vrijstelling behoeft geen zekerheid te worden gesteld.



29.24 Gronduitrusting luchtvaartondernemingen

Gronduitrusting bestemd om op een douaneluchtvaartterrein te worden gebruikt ten behoeve van internationale luchtdiensten is op grond van 7:15 Adr door buiten Benelux gevestigde luchtvaartondernemingen vrijgesteld van rechten bij invoer:

  1. de vrijstelling geldt slechts onder voorwaarde van wederkerigheid;

  2. de vrijstelling geldt eveneens voor de accijns, OB, de BPM en de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en enkele andere producten (art. 7:27 Adr, art. 4 Uitvoeringsbesluit BPM);

  3. een schriftelijke vergunning is vereist van de inspecteur over de plaats waar vrijstellinggenietende is gevestigd;

  4. ter zake van deze vrijstelling behoeft geen zekerheid te worden gesteld.



29.25 Goederen voor vreemde strijdkrachten of voor het Afcent hoofdkwartier

Goederen voor hier te lande gestationeerde vreemde strijdkrachten of het Afcent hoofdkwartier zijn op grond van internationale verdragen onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van rechten bij invoer.

De vrijstellingen in het kader van de Europese Gemeenschap zijn nog niet geheel geharmoniseerd (artikel 128 van Verordening (EG) nr. 1186/2009).

In Nederland kunnen vrijstellingen worden verleend als het volkenrecht of het internationale gebruik daartoe aanleiding biedt. De basis voor douanevrijstellingen die aan NAVO-hoofdkwartieren, -onderdelen en buitenlandse strijdkrachten kunnen worden verleend is gegeven in internationale verdragen. Een belangrijk verdrag in dit verband is het Verdrag van Londen tussen de staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag. Dit zogenaamde NAVO-status verdrag is uitgewerkt in bilaterale verdragen. In deze verdragen zijn de rechten en verplichtingen nader vastgesteld. De Nederlandse wetgever heeft de bevoegdheid tot uitwerking overgedragen aan ‘Onze Minister’. Daaronder wordt verstaan de Minister van Financiën (art. 1:1 Adw).

De uitwerking van de verdragen heeft in Nederland voor wat betreft procedures en formaliteiten verder plaatsgevonden in ministeriële regelingen en andere voorschriften.

Ga naar de Sdu website